robert-jelle
02 feb

Robert-Jelle

NHZVT“Ik ben Robert Jelle Breunesse, 39 jaar en sinds 2012 onderdeel van de Paravolley Heren NL.

Mijn beperking is de start van een nieuwe droom. Dat perspectief is een hele stap geweest als ik terugkijk op de laatste 10 jaar. Ik onderging acht enkel operaties en bij elke operatie dacht ik dat het goed kwam. De achtste operatie kwam het definitief niet goed. Al mijn dromen vielen in duigen. Alles werd onzeker. Wat nu, hoe moest het verder? Veel vragen kwamen naar boven. Beperkt!

Tijdens het eerste gesprek bij revalidatiecentrum de Hoogstraat kwam een van de psychologen met een confronterende uitspraak: “Gefeliciteerd, u bent gehandicapt.” Dit was een klap in mijn gezicht, maar wel de realiteit. Ik moest leren omgaan met mijn beperking. Eenvoudig? Totaal niet. Tijdens de revalidatie in de Hoogstraat, na het definitief vastzetten van mijn enkel, moest ik nieuwe doelen gaan stellen. De doelen die ik voor ogen had, kon ik niet meer nastreven. Simpel op de fiets stappen ging bijvoorbeeld al niet en traplopen was ook niet meer zo gewoon.
Na een intensief traject met veel ups en downs werden de effecten van het vastzetten van mijn enkel steeds zichtbaarder in mijn leven. Dromen deed ik zeker, maar de dromen werden anders. Mijn leven moest anders ingericht worden. Op alle facetten van mijn leven had dit consequenties: gezin, werk en sport. Ons gezin moest veel incasseren. Met mijn werk kon ik met wat aanpassingen gelukkig doorgaan. Het beoefenen van mijn sport ging daarin tegen niet meer.

Ik wilde graag sporten, maar welke sport? Iets met een volleybal?  NOOIT MEER! De blijvende blessure aan mijn enkel is opgelopen tijdens staand volleybal, dus sowieso geen balsporten meer voor mij. Wat blijft er dan over? Na een paralympische selectie kwamen een aantal sporten naar voren. De eerste was hippische sport. Leuk, maar ik had niets met paarden. De tweede sport was roeien. Leuk om een keer te doen, maar je moet alles alleen doen en dat is ook niets voor mij. De derde sport was rolstoelbasketbal, maar dat was het ook niet. Wat dan? Ik had geen idee.

Daar kwam de specialiteit van de Hoogstraat naar voren. Een man zei tegen mij: “Ga eens zitten.” Hij toverde een volleybal achter zijn rug vandaan en gooide deze naar mij. In een spit second moest ik beslissen: vangen of netjes terugspelen? Ik koos voor het laatste en de vonk voor volleybal werd weer een vuurtje. Volleybal bleek een te leuke sport om zomaar naast me neer te leggen. Staand of zittend was echter wel een heel groot verschil, maar het gaf mij weer het gevoel dat ik niet beperkt was. Iedereen in het veld heeft wat, van amputatie tot polio. Op de vloer is iedereen gelijk. Na diverse trainingen ben ik gevraagd voor het Nederlands Team. Na een aantal loodzware trainingen heb ik in overleg met mijn gezin besloten om hieraan deel te nemen. Een nieuw doel, een nieuwe droom, een paralympische droom!”